RK Parochie Petrus en Paulus/Benedictus Bergen



Het kerkgebouw Het interieur Het exterieur De parochie  De mensen 

Kerk 

Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van het kerkgebouw in 1999 heeft de parochie een boek uitgegeven. Het is geschreven door Frits David Zeiler en heeft als titel: 'Kerken in de Heerlijkheid. Geschiedenis van kerkgebouwen en kerkgang te Bergen N.H.'.

In dit boek wordt niet alleen de geschiedenis van de R.K. parochie beschreven maar er wordt ook aandacht besteed aan andere kerken en kapellen die er in Bergen zijn of zijn geweest.

U kunt dit boek voor slechts € 10,00 aanschaffen (meer informatie bij het Pastoraal Centrum).

Teksten gebaseerd op de informatie uit: - F.D. Zeiler, "Kerken in de Heerlijkheid. Geschiedenis van kerkgebouwen en kerkgang te Bergen N.H." (Bergen 1999) - "Bergense kroniek", nummer 2 (november 2004). 

R.K. KERK VAN DE H.H. PETRUS EN PAULUS: HET KERKGEBOUW

Op 18 september 1924 wijdde Mgr. A.J. Callier, Bisschop van Haarlem, het nieuwe kerkgebouw van de Bergense parochie in. Ook deze parochiekerk, gelegen aan de Dorpsstraat in het centrum van Bergen, werd toegewijd aan de apostelen Sint Petrus en Paulus. Het is inmiddels het derde kerkgebouw op deze locatie.

De eerste kerk werd gebouwd in 1810 en geconsacreerd op 11 september 1810 door aartspriester H.F. ten Hulscher, waarna het eerste Heilige Misoffer kon worden opgedragen. In 1866 werd een nieuwe, tweede, kerk gebouwd. Bouwpastoor B.A. van 't Rood liet architect Asseler eerst de kerk bouwen en later, in 1871, de naast de kerk gelegen pastorie. In 1867 werd de kerk feestelijk ingewijd.

In het begin van de jaren twintig van de 20e eeuw bleek de kerk te klein voor het aantal gelovigen. Ook verkeerde de kerk in slechte toestand. Pastoor J.F.B. van Delft gaf de Bergense architect J.C. Leijen opdracht het kerkgebouw aan te passen. Later werden de plannen gewijzigd toen Leijen van de nieuwe pastoor, E.P. Rengs, de opdracht kreeg om een geheel nieuw kerkgebouw te ontwerpen, welke plaats moest bieden aan 1000 personen. Naast de kerk werd een noodkapel opgericht waar vanaf 30 juli 1923 de H.H. Missen werden gevierd. Ondertussen werd de oude kerk gesloopt en de nieuwe kerk gebouwd. Het nieuwe - en derde - kerkgebouw met zijn vroeg-gotische kenmerken, heeft een breed middenschip met zeer smalle zijbeuken (gangpad). Het transept heeft korte maar brede zijarmen. In de apsis bevindt zich het priesterkoor met het hoogaltaar. De lengte van de kerk is 46 meter (inclusief de 10 meter voor het priesterkoor). De breedte van het transept is 29 meter. De breedte van het middenschip is 20 meter. Het hoogste punt van de kerk, de nok, is 20 meter hoog.

De aanneemsom was 134.750,- gulden, maar de uiteindelijke bouwkosten bedroegen: 153.349,24 gulden. Als aannemer was de firma Thunissen en Sambeek uit Heemstede aangetrokken. Toch waren vele Bergenaren en bedrijven uit Bergen bij de bouw van 'hun' kerk betrokken. Naast architect Leijen waren dat: Nic Smit (opzichter), Jan Dekker en Klaas Min (steigermakers), Willem Wokke G. Helsdingen, Jan van der Steen (metselaars), Arie de Moel en Kees Bijwaard (opperlieden) en D. Kerkhove, Jan de Grundt en Cor Smit (timmerlieden). Maar ook werklui uit Egmond en andere dorpen en steden, inclusief timmerlieden uit Duitsland die speciaal waren aangetrokken voor de bouw van de (houten) spanten. De bouw van de nieuwe kerk verliep niet altijd voorspoedig. In Bergen wordt er vanwege de zandgrond niet geheid. Maar grondboringen op het kerkterrein wezen uit dat zo'n 3 meter onder het maaiveld een 15 cm dikke laag (vast) veen zat, met daaronder zand. Dit leverde bouwproblemen op. Om die op te lossen, werden onder de drukpunten van het kerkgebouw werden ringen geplaatst die werden volgestort met beton, vermengd met puin van de oude kerk. De bouwmaterialen werden veelal per schip naar Koedijk vervoerd. Vandaar ging het verder met paard en wagen. Met één wagen konden 500 bakstenen worden vervoerd. De kalk werd geleverd door de firma Ruigewaard, die een kalkoven had in Egmond aan de Hoef.

In december 1923 waren de werkzaamheden al flink gevorderd. Op zondag 9 december kon pastoor Rengs officieel de eerste steen leggen. In de pilaar achter de preekstoel is een gedenkplaat aangebracht met het opschrift: PRIMUM LAPIDUM POSUIT E.P. RENGS PAROCHUS DOMINICA II ADVENTUS Ao Di MCMXXIII (= eerste steen legde pastoor E.P. Rengs, tweede zondag van de Advent in het jaar des Heren 1923). Achter deze steen werd een loden koker geplaatst met een oorkonde en de toen gangbare munten (van ½, 1, 2½, 5, 10 en 25 cent en van ½, 1, 2½, en 10 gulden).

R.K. KERK VAN DE H.H. PETRUS EN PAULUS: HET INTERIEUR

In de r.k. kerk van Bergen zijn nog vele originele elementen te vinden. Ook herbergt het een aantal unieke kunsthistorische stukken.

In de apsis van de kerk was het priesterkoor met het hoofdaltaar met het tabernakel. Dit hoofdaltaar is geleverd door de firma J.P. Maas & Zn uit Haarlem, dat een atelier had voor kerkelijke bouwkunst. Het altaar, gemaakt van marmer, kostte 7.800,00 gulden. Bovenop het hoofdaltaar stond een zogeheten Calvariegroep. In het midden een berg (de Calvarieberg) met Christus hangend aan het kruis, met links Maria, zijn moeder, en rechts Johannes, de leerling die Hij het meest liefhad. Deze Calvariegroep staat er nog steeds, maar helaas ontbreekt de berg.

De zeven glas-in-loodramen in de apsis zijn ontworpen en gemaakt door L.F. Asperslagh uit Den Haag. Asperslagh was een bekende glazenier en leerling geweest van Jan Toorop. De glas-in-loodramen tonen de zeven Heilige Sacramenten van de Kerk: het Heilige Doopsel, het Heilig Vormsel, de Heilige Communie, het huwelijk, de priesterwijding, de biecht en de ziekenzalving. De ramen werden in 1924 door enkele donateurs aan de kerk geschonken. Links en rechts van de apsis waren twee zijaltaren, met links een Mariabeeld en rechts een beeld van Sint Joseph. De zijaltaren werden in de jaren zestig verwijderd. Bij onderzoek bleek dat de houten heiligenbeelden door houtrot volledig waren aangetast, zodat ze verwijderd moesten worden. In 1996 zijn twee nieuwe zijaltaren geplaatst met twee nieuwe (stenen) beelden van Maria met het Kind Jezus (rechts) en de Heilige Jozef met het Kind Jezus (links). Zowel de altaren als de beelden komen uit de H. Hartkerk (Haarlem).

In jaren tachtig werd het priesterkoor van de kerk vergroot. Het kwam meer naar het centrum van de kerk. Het vergrootte priesterkoor bood meer ruimte voor het nieuwe altaar. Dit altaar werd in 1974 bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het kerkgebouw door de parochianen aan de parochie geschonken. Het is een ontwerp van de Bergense kunstenaar Jaap Min en gemaakt door H. Hoebe (smeedwerk) en J. Hopman (houten blad). In 1984 werd in dezelfde stijl de ambo (of lezenaar) gemaakt. In hetzelfde jaar schonk Hoebe de kerk ook een bijpassende paaskandelaar.

De (liturgische) aanpassingen van de kerk hadden hun oorzaak in vernieuwingen na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Daarbij werd ook de liturgie van viering van de eucharistie - de H. Mis - anders. In plaats van Latijn mocht voortaan ook de lokale voertaal (het Nederlands) worden gebruikt. Voorts stond de priester niet meer met zijn rug naar de gelovigen aan het hoofdaltaar, maar achter het altaar dat dichter bij de mensen moest staan (om hen meer bij de geheimen van de eucharistie te betrekken). De bekende communiebanken, die de scheiding aangaven tussen het priesterkoor en het volk, verdwenen.

Links van het priesterkoor, tegen een grote pilaar, is de preekstoel geplaatst. Boven de preekstoel, die nog uit de oude (d.w.z. de tweede) kerk stamt, was een zogeheten klankbord bevestigd. Die is later verwijderd. De preekstoel, gemaakt in 1882, toont vier Westerse kerkvaders: de Heilige Ambrosius (van Milaan), de Heilige Augustinus (van Hippo), de Heilige Gregorius de Grote (paus) en de Heilige Hieronymus (van Rome en Jeruzalem).

Ook uit de oude kerk zijn de heiligenbeelden op de pilaren van het middenschip. Van links voor naar links achter: de Heilige Apostel Petrus, de Heilige Anna met haar dochter de Heilige Maria, de Heilige Barbara en de Heilige Agnes. En van rechts voor naar rechts achter: de Heilige Apostel Paulus, de Heilige Johannes, Evangelist, de Heilige Leonardus van Veghel (een van de martelaren van Gorcum) en het Onbevlekte Hart van Maria. Deze eikenhouten beelden (uit 1882) werden in 1900 gepolychromeerd. In 1970 werden ze van de kleuren ontdaan en in hun oorspronkelijke staat teruggebracht. Zo kwam ook de fraaie houtstructuur weer tot zijn recht.

Uniek zijn de kunstwerken van de bekende Bergense kunstenaar Jaap Min. In 1944 maakte hij de fresco's van de kruiswegstaties in de ommegang van de kerk, als ook de fresco's bij de twee zijaltaren (links en rechts in de zijbeuken). De kruiswegstaties beelden in 14 scènes het lijden en sterven uit van Jezus Christus. Op een 15e fresco zijn alle lijdensattributen te zien. Het grote fresco links (van het vernieuwde priesterkoor) toont het Heilig Mirakel van Bergen uit 1421. Na de grote Elisabethsvloed van november 1421 spoelde in de buurt van Bergen een kistje aan met een ciborie. Het behoorde toe aan het kerkje van Petten dat geheel door de storm was verwoest. De pastoor nuttigde de geconsacreerde hosties maar durfde het zeewater in de ciborie - dat in aanraking was geweest met het Lichaam van Christus - niet te drinken, bang dat hij moest overgeven. Hij goot het in een houten schaal om het te laten verdampen. Een tijdje later, als in Bergen de pest is uitgebroken, ontdekt hij deze schaal weer. Er was een stof achtergebleven met een kleur die leek op geronnen bloed. En er geschiedde wonderen. Bergen werd Mirakelstad. Op het fresco rechts (waar nu de dagkapel is) zijn de H.H. apostelen Petrus en Paulus afgebeeld, als de beschermers van Bergen (tijdens de Tweede Wereldoorlog).

Boven de hoofdingang bevindt zich het orgel. Het werd in 1931 gemaakt door de firma Pels uit Alkmaar. Dit kostte de parochie 9.600 gulden. Om dit bedrag bij elkaar te krijgen, werden obligaties uitgegeven.

R.K. KERK VAN DE H.H. PETRUS EN PAULUS: HET EXTERIEUR

Links en rechts van de ingangen van de kerk staan twee (zand)stenen beelden. Het zijn de H.H. Petrus en Paulus. De beelden werden in 1868 door het echtpaar Johannes en Veronica Leijen-Kaandorp aan de kerk geschonken. Ze hadden hun plaats op de gevel van de tweede kerk en kregen wederom een plaatsje op de buitengevel van de derde en huidige kerk. Sint Petrus staat afgebeeld met de twee sleutels van het hemelrijk in zijn ene hand en de Wet in zijn andere. Sint Paulus is afgebeeld met het zwaard in de ene en een boekrol in de andere hand. Petrus heeft lange tijd zijn rechterhand (met de sleutels) moeten missen, maar in de jaren negentig van de 20e eeuw maakte de Alkmaarse kunstenaar J. Bier een nieuwe hand met sleutels voor de Prins van de Apostelen.

Tien meter boven de nok van de kerk (in totaal 30 meter boven de kerkvloer) staat de dakruiter met het angelusklokje. Het angelusklokje zelf is bescheiden (het heeft een diameter van ongeveer 42 cm). Het werd in 1769 gemaakt door de Amsterdammer Pieter Seest. Het randschrift van het klokje luidt: ME FECIT PIETER SEEST AMSTELODAMI ANNO 1769 (= Pieter Seest heeft mij te Amsterdam gemaakt in 1769). Het klokje is met een lange draad verbonden met het uurwerk dat zich aan de voorgevel van de kerk bevindt.

Jammer genoeg ontbreekt een klokkentoren. Die was voorzien in het midden van de voorgevel. Maar na de Tweede Wereldoorlog is besloten er geen (meer) te bouwen.

Rechts van de kerk is de pastorie uit 1872 van architect Asseler. Hij was ook de architect van het tweede kerkgebouw.

Achter de pastorie en de kerk verrees eind jaren tachtig een nieuw gebouw: "De Nieuwe Beuk". Tot 1987 stond links vóór de kerk een groot verenigingsgebouw, "La Bicyclette" geheten, voorheen het patronaatsgebouw Sint Jan. In 1987 brandde het in z'n geheel af. De rest werd gesloopt en de grond werd door de parochie verkocht. Van de opbrengst werd achter de pastorie en de kerk een nieuw centrum opgezet. De architect is de Bergense M. Min. Het nieuwe gebouw werd op 20 mei 1990 door pastoor C.H.Th.H. Wanna ingezegend. Het kreeg - na een gehouden enquête - "De Nieuwe Beuk" als naam. Deze naam herinnert aan een oude, dikke beuk die jarenlang in de pastorietuin had gestaan maar moest wijken voor de bouw van dit centrum. De grote zaal werd Benedictuszaal genoemd (naar de voormalige Europese parochie) en de (kleinere) vergaderzaal Sint Janszaal (naar het verbrandde patronaatsgebouw).

R.K. KERK VAN DE H.H. PETRUS EN PAULUS: DE PAROCHIE

In december 1965 werd bij bisschoppelijk besluit de r.k. parochie van de H.H. Petrus en Paulus in Bergen gesplitst. Vanwege de komst van vele buitenlandse werknemers bij het ECN (in Petten) en de Europese School (in Bergen) werd een nieuwe parochie gesticht: de Europese parochie van de H. Benedictus. De Europese politieke en economische samenwerking in de EGKS en de EEG speelde hierbij ook een rol. En niet voor niets werd de H. Benedictus, de stichter van de Benedictijnen, tot patroon van de nieuwe Europese parochie gekozen, want Paus Pius XII had hem tot patroon van Europa verheven.

De eerste pastoor van deze nieuwe parochie in Bergen was pastoor J.C. Vanderstadt. Samen met kapelaan C. Spiekerman bewoonden ze een tijdelijke pastorie boven bakkerij Baltus in de Stationsstraat. Er werd gekerkt in de Witte Kerk aan de Dr. Van Peltlaan. Later kreeg de parochie de beschikking over een houten noodkerk aan de Pr. Hendriklaan. Van mei 1976 tot mei 1981 was J. van Thienen de pastoor van deze parochie. Maar reeds in 1978 was de Benedictusparochie samengevoegd met de 'oude' parochie van de H.H. Petrus en Paulus. En op 3 oktober 1982 werd de Europese parochie officieel opgeheven. Sindsdien spreekt men van de parochiegemeenschap van de H.H. Petrus en Paulus/H. Benedictus.

Oorspronkelijk hoorde Koedijk ook tot de parochie van Bergen. Maar in 1957 kreeg Koedijk een eigen kerkgebouw, de Nood Gods (Kanaaldijk).

R.K. KERK VAN DE H.H. PETRUS EN PAULUS: DE MENSEN

De kerk is niet alleen een stenen gebouw. De kerk is ook de levende gemeenschap van mensen.

Mensen, gelovigen, die wekelijks of dagelijks naar de kerk kwamen en komen, om er te bidden of om de H. Mis bij te wonen. Samen geven we zo vorm aan de Kerk, het Lichaam van Christus, en dragen we ons steentje bij aan de locale katholieke geloofsgemeenschap in Bergen, waarbij we God wil liefhebben als ook onze naaste.

Om de parochie als organisatie goed te laten lopen, verrichten vele vrijwilligers allerlei taken. Om de erediensten zo ordelijk mogelijk te laten verlopen, waren er de koster, de misdienaars en de heren van het gilde "Eerbied in Gods Huis". Zij liepen plechtstatig door de kerk, getooid met een sjerp met de tekst "Eerbied in Gods Huis" en letten op ieders gedrag vóór, tijdens en na de H. Mis. Die functie bestaat nu niet meer. En zo is er nog veel meer veranderd. Was de koster vroeger een betaalde functie, nu is dat niet meer het geval. Zijn werk wordt ook door een vrijwilliger gedaan. Veel parochianen gaven en geven hun vrije tijd aan de kerk en zijn als vrijwilliger actief. Ze werken mee aan het parochieblad, maken de kerk schoon, onderhouden het gebouw en de tuin, zijn misdienaar of acoliet, assisteren de koster, zingen bij een van de koren, zijn lector tijdens de vieringen of collecteren. Anderen geven hun tijd en talenten door zitting te nemen in het kerkbestuur of parochievergadering, door jonge kinderen voor te bereiden op hun Eerste Heilige Communie, of het Heilig Vormsel. Weer anderen bezoeken zieken, brengen hen de ziekencommunie, of nabestaanden, enz. enz. enz.

Een parochie wordt geleid door een pastoor, een door de Bisschop van Haarlem benoemde priester, die de taak heeft een herder te zijn voor de gemeenschap. De pastoor werd (en wordt) bijgestaan door een of meerdere kapelaans en/of pastorale werkenden.

Pastoor E.P. Rengs                 1917-1927 
Pastoor D.J.E. Zurlohe            1927-1940 
Pastoor Th.J. van Beers           1940-1965 
Pastoor J. Solleveld                 1965-1971 
Pastoor pater Kroes                1972-1972 
Pastoor Th. de Haan               1972-1985 
Pastoor C.H.Th.H. Wanna      1985-heden

 

 

 

 

 

 



Wie alleen loopt, raakt de weg kwijt (oud Afrikaans spreekwoord)